laatst gewijzigd
28 december 2014

Click for Eindhoven, Netherlands Forecast
 

terug     

Het geslacht Phalaenopsis

Phalaenopsis (Blume):

Een geslacht waar wel een boek vol over te schrijven is en waar van gezegd kan worden dat elke orchideeënliefhebber er wel een heeft of gehad heeft.
Per jaar worden in Nederland meer dan 25 miljoen Phalaenopsis planten geproduceerd (hybriden). Vandaar dat de Phalaenopsis ook bijna in elke huiskamer als potplant te vinden is.

Alles heeft natuurlijk zijn begin en dit dus ook bij het geslacht Phalaenopsis, in 1825 werd door de in Nederlands Indië wonende Blume de Phalaenopsis amabilis beschreven. De soort werd bij toeval ontdekt. Tegen het einde van de dag voer men met een klein bootje over een riviertje op het eiland Java en men meende tussen de bladeren van de bomen witte vlinders te zien vliegen. Dichter bij gekomen, zag men dat het bloemen waren. Nadien zijn nog door de loop van de jaren een aantal soorten ontdekt en zelfs de afgelopen jaren zijn nog nieuwe soorten ontdekt, in totaal zijn er meer dan 50 verschillende Phalaenopsis soorten beschreven en een zeer goed boek over dit geslacht is in de tachtiger jaren geschreven door Herman Sweet. Hij heeft toen de duidelijke scheiding aangebracht tussen alles wat Phalaenopsis was en de verwante soorten zoals Kingidium, Doritis en Paraphalaenopsis.

Het geslacht is opgesplitst in een ander subgroepen, te weten:

Phalaenopsis, met de soorten, amabilis, aphrodite, philippinensis, sanderiana, schilleriana en stuartiana

Stauroglottis, met de soorten, celebensis, equestris en lindenii

Aphyllae, met de soorten, wilsonii en strobatiana (niet in cultuur)

Proboscidioides, met de soort lowii

Parishianae, met de soorten, appendiculata, gibbosa, lobbii, mysorensis (niet in cultuur), petelotii en parishii

Polychilos, met de soorten, cornu-cervi, lamelligera, mannii, pantherina en thalebanii (niet in cultuur)

Fuscatae, met de soorten, cochlearis, fuscata, kunstlerii en viridis

Amboinensis met de soorten, amboinenis, doweryënsis, floresensis, gigantea, javanica, micholitzii, robinsonii (niet in cultuur) en venosa

Zebrinae met de subsubgroepen Zebrinae, Lueddemannianae, Hirsutae en Glabrae

Zebrinae, met de soorten, bastianii, corningiana, inscriptiosinensis, speciosa, (niet in cultuur) sumatrana en tetraspis
Lueddemannianae, met de soorten fasciata, fimbriata, hieroglyphica, lueddemanniana, pulchra, reichenbachiana en violacea
Hirsutae, met de soorten mariae en pallens
Glabrae, met de soorten maculata en modesta

Een groot aantal van de genoemde soorten zijn vrij algemeen in cultuur, maar een even groot deel ziet men weinig of nooit in cultuur. Over het algemeen is een Phalaenopsis eenvoudig in cultuur, doch bij deze natuursoorten zitten een aantal soorten die behoorlijke handvaten nodig hebben om tot een redelijk tot goed resultaat te komen.
Zo is bekend dat met name de bladverliezende soorten zoals die zijn  geplaatst in de subgroepen Aphyllae, Proboscidioides en Parishianae met name in de winter grote zorgenkinderen zijn.
Maar ook de nagenoeg niet in cultuur zijnde Phalaenopsis maculata en een lastpost van het zuiverste water.

Maar laten we beginnen met de Phalaenopsis die voor een ieder en uiteraard zelfs op de vensterbank te kweken is.
Er zijn weinig soorten waar de laatste jaren zoveel mee gekruist is als met Phalaenopsis.
In de zeventigerjaren, waren het vooral de Amerikanen en Duitser, die zeer mooie grootbloemige typen hebben geproduceerd, met name voor de snijbloemcultuur, daarna is men met name in Duitsland begonnen en nadien ook in Amerika, Japan en Nederland met het maken van zogenaamde potplant hybriden.
Over het algemeen werden witte, roze en z.g. lueddemanniana hybriden gemaakt. Men is hier op verder gaan borduren en met name in Taiwan heeft men hierbij nog een aantal andere natuursoorten gebruikt om meer variatie te krijgen in de hybriden, zoals equestris, mariae, amboinenis, violacea en sumatrana. Hierdoor is het mogelijk om klein rijk bloeiende hybriden te maken en hybriden met harde kleuren. Nu gaat men in Europa, met name Duitse en Nederlandse kwekers op verder borduren, om in de toekomst meer kleur aan de brengen in het assortiment planten.
De vraag is echter of we daar met zijn allen op zitten te wachten, enkele van deze types tussen de normale verscheidenheid is leuk maar een vensterbak of kas vol met deze fel gekleurde plasticachtige bloemen gaat wel erg ver.
In elk geval is het zo dat al deze soorten zich ook door een onervaren planten liefhebber laten kweken, ook zonder groene vingers komt men tot een succes. Over het algemeen is de teelt als volgt.
Zorg voor een dag temperatuur van minimaal 20C en een nacht temperatuur van minimaal 16C, de plant heeft graag licht maar kan niet tegen zonneschijn dus is het raadzaam de plant nooit op een zuiden venster te plaatsen. Afhankelijk van het snelle opdrogen van het potmedium, is het raadzaam de plant 1 a  2 maal per week water te geven, zorg er voor dat de plant niet altijd vochtig staat en laat dus gerust het medium opdrogen totdat het nog licht vochtig is. Geef daarna weer water. De voorkeur verdient om regenwater te geven en de planten indien zij in de groei zijn te mesten met een meststof bijv. 18-18-18 of iets dergelijks en dan 1 gr of 1 cc per liter water. Doe dit 1 keer per 14 dagen, of geef permanent een halve dosering.

Het sub-geslacht: Phalaenopsis
 
Phalaenopsis amabilis (Linnaeus) Blume, 1825
Herkomst: Australië (Queensland), New Guinea, Filippijnen en Indonesië.
Synoniem: Phalaenopsis celebica, Phalaenopsis gloriosa, Phalaenopsis grandiflora, Phalaenopsis rimestadiana

Plant groeit monopedaal de bladeren variëren in lengte van 20 tot 35 cm en kunnen 10 cm breed worden. De plant maakt meestal meerdere bladparen. Groeit epiphytisch in een schaduwrijke omgeving, bij een gematigd warm tot warm klimaat. De bloemstengel varieert in lengte van 35 tot 70 cm. De bloemen zijn zuiver wit van kleur en vlinder-vormig, de lip is eveneens wit van kleur met daarop gele vlakken. De bloemen zijn afhankelijk van de hoeveelheid bloemen per tak 7 tot 10 cm in doorsnede. Ook is de grote van de plant en de bloem afhankelijk van de plaats van oorsprong, zo is de vorm welke van New Guinea komt groter van plant en bloem en wordt dan ook wel amabilis grandiflora genoemd.

Phalaenopsis aphrodite Rchb.f., 1862
Herkomst: Filippijnen, Taiwan.
Synoniem: Phalaenopsis amabilis var. aphrodite, var. longifolia, var. rotundifolia, Phalaenopsis ambigua, Phalaenopsis babuyana, Phalaenopsis erubescens, Phalaenopsis formosana

De plant heeft tot in tegenstelling met de amabilis lichte groene bladeren die korter en breder van vorm zijn, lengte tussen de 15 en 25 cm en breedte tussen de 7 en 10 cm. De plant werd in eerste instantie gezien als een variëteit van de amabilis. De bloemen van deze soort zijn wit van kleur, maar kleiner van vorm (5 – 7 cm), ook hier zijn gele vlekken op de lip aanwezig. De bloemtak compacter, maar sterker vertakt. Hierdoor oogt de plant tijdens de bloei beter dan amabilis. De bloemen zijn echter iets minder houdbaar dan die van amabilis.

Phalaenopsis philippinensis Golamco ex Fowlie & Tang, 1987
Herkomst: Filippijnen.
Synoniem: Phalaenopsis philippinense, Phalaenopsis leuchoroda

Een groot biologisch probleem is deze soort, vooral de oude verzamelaars van Phalaenopsis soorten zullen hierbij problemen hebben om dat zij deze plant altijd hebben geteeld als Phalaenopsis x leuchoroda, een natuurlijke hybride tussen aphrodite en schilleriana
Tussen 1984 – 1987 is nader onderzoek gepleegd op deze soort en is men tot de conclusie gekomen dat het een soort betrof en geen natuurlijke hybride. De soort is vervolgens vernoemd naar het land van herkomst. De plant heeft gemarmerde bladeren (zilver-groen), met aan de onderzijde een harde paarse kleur. De plant kan redelijk groot worden, bladeren met een lengte van 25 tot 40 cm en een breedte van 6 tot 10 cm. De bloemen welke aan een vertakte bloemtak verschijnen, zijn wit van kleur en ongeveer 8 cm in doorsnede. De zijlobben van de lip zijn hardgeel van kleur. De achterzijde van de bloem heeft een lichte roze kleur.

Phalaenopsis sanderiana Rchb. F., 1882
Herkomst: Filippijnen.
Synoniem: Phalaenopsis sanderana, Phalaenopsis amabilis var aphrodite sub-var sanderiana, Phalaenopsis aphrodite var sanderiana, amabilis var sanderiana

Bij het ontdekken van de plant ging men er vanuit dat men een roze vorm van de amabilis had gevonden op de Filippijnen, maar bij nader inzien was de opbouw van de bloem en de plant beduidend anders en eveneens ontdekte men ook een alba vorm van deze sanderiana. De bladeren van deze soort zijn wat compacter dan die van amabilis en zijn tussen de 15 en de 20 cm lang, tevens zijn ze roodachtig-groen van kleur. De plant maakt een bloemtak die niet vaak vertakt is, de bloemen zijn zachte roze met naar het midden wit uitlopend van kleur. Ook hier heeft de lip gele vlekken, de bloem is van het zelfde formaat als de aphrodite en de bloemen zijn opener van model, dus niet de mooi gesloten maanvorm.
De plant is niet al te veel in cultuur raar maar waar is dat men de alba vorm meer aantreft dan de echte roze vorm van sanderiana.

Phalaenopsis schilleriana Rchb. F., 1860
Herkomst: Filippijnen.
Synoniem:Phalaenopsis schillerana, Phalaenopsis curnowiana, Phalaenopsis vestalis

Een plant met gevlekte bladeren, die een lengte van 25 tot 45 cm kunnen bereiken en een breedte van 6 tot 10 cm. Ook hier is de onderzijde van het blad roodpaars gekleurd. De plant komt voor in een wat qua klimaat gematigder klimaat en moet dus vooral op het moment dat de bloemstengel verschijnt wat koeler gekweekt worden. De bloemtak kan wel tot 1 meter lang worden en is zwaar vertakt. De bloemen zijn van zacht roze tot donker roze van kleur en ongeveer tussen de 5 en de 7 cm groot. De soort is heel veel gebruikt voor het maken van hybriden, vooral deze gehele groep die nu beschreven wordt is vaak gebruikt voor het maken van hybriden en voornamelijk voor de productie van grote witte en roze bloemen voor de snijbloem cultuur. Deze schilleriana is een van de mooiste uit deze groep en ook zeer gewild in cultuur.

Phalaenopsis stuartiana Rchb. F., 1881
Herkomst: Filippijnen.
Synoniem: Phalaenopsis schilleriana var. Stuartiana, Phalaenopsis stuartiana var. bella

Ook deze soort heeft gevlekte bladeren groen met zilvergrijs en aan onderzijde roodpaars. De bladeren worden ongeveer 25 cm lang en 10 cm breed. In het de winter maakt de plant haar bloemtak, deze is meestal vertakt en hieraan komen een zeer groot aantal bloemen tussen de 50 en de 100 is geen uitzondering. De bloemen welke roomwit van kleur zijn en op de onderste sepalen gespikkeld zijn, zijn ongeveer 5 a 6 cm groot. De soort is veelgebruikt voor het maken van hybriden, dit omdat het de spikkels in de bloem vererft, waardoor nakomelingen gespikkelde bloemen hebben. Er is een uitzonderlijke variëteit van deze soort namelijk de Phalaenopsis stuartiana “Larkin Valley” Deze is namelijk over de gehele bloem gespikkeld.

Het sub-geslacht: Stauroglottis
 
Phalaenopsis celebensis Sweet 1980
Herkomst: Celebes eiland (Sulawesi) Indonesië.
Synoniem: geen

De plant is voor het eerst geïntroduceerd en gecultiveerd door Karthaus en Dakkus in 1934 eerste beschrijving (aantekeningen + tekening bloem) door J.J. Smith in Leiden. Eind jaren 70 is de plant opnieuw gevonden op Sulawesii in de omgeving van de stad Mandano in het noorden van het eiland. De plant heeft gevlekte bladeren met aan de onderzijde een donkerpaarse kleur en is in verhouding klein van stuk, bladeren worden tot 20 cm lang en 5 cm breed. In het voorjaar verschijnt de bloemtak en kan wel 50 a 60 cm lang worden, soms zelfs vertakt. Hier komen dan een groot aantal bloemen aan met een doorsnede van ongeveer 3 cm. De bloem is roomwit van kleur en heeft op de petalen twee gekleurde bruinoranje vlekken. De plant kan uitbundig bloeien maar telkens zijn er maar tussen de 5 en 10 bloemen, maar de tak groeit door inclusief de bloemen. Eind jaren 70 was ik een van de eerste die in het bezit kwam van deze pas terug gevonden plant en heb er dan ook zorg voor gedragen dat zowel fotomateriaal als plantmateriaal naar Herman Sweet is gestuurd voor nader onderzoek. De plant is niet zo eenvoudig in cultuur en in het bijzonder laat de plant zich niet gemakkelijk bestuiven, zodat het moeilijk is om nakomelingen te produceren.

Phalaenopsis equestris Rchb.f 1849
Herkomst: Filippijnen en Taiwan.
Synoniem: Phalaenopsis riteiwanensis en Phalaenopsis rosea.

Een zeer bekende en veel gekweekte Phalaenopsis soort die ook een aantal variëteiten heeft voorgebracht, die ook in meer en mindere mate in cultuur zijn.
Ook deze Phalaenopsis equestris is een redelijk compacte soort met groene bladeren met een lengte tot 25 cm en een breedte van 6 cm.
De plant kan gemakkelijk meerdere bloemtakken maken die steeds verder uitgroeien. Van het basistype zijn de witroze bloemen ongeveer 3 cm in doorsnede en een beetje stervormig van model. De bloem is in tegenstelling tot vele andere Phalaenopsis bloemen niet vlak. De lip is variabel in kleur, maar heeft vaak buiten de standaard kleur witroze bruine en gele vlekken.
De plant kan maanden achtereen bloeien, meestal begint de bloei in het voorjaar en gaat deze tot laat in het najaar door.
Naast deze zijn er nog enkele variëteiten, te weten de alba vorm, puur witte bloemen verder de aureum vorm met een grote gele vlek op de lip.
Ook zijn de variëteiten rosea, leucaspis, leucotanthe en cyanochilus bekend.

Phalaenopsis lindenii Loher 1895
Herkomst: Filippijnen.
Synoniem: geen

Ook deze soort heeft gevlekte bladeren en is de kleinste qua vorm uit de Stauroglottis groep. De plant groeit op voor Phalaenopsis grote hoogte, namelijk tussen de 1200 en 1600 meter, zodat de plant een gematigde cultuur prevaleert. Als de plant te warm wordt gekweekt groeit ze niet goed en de bloei blijft dan vaak achterwegen. De bladeren van de plant worden 15 tot maximaal 20 cm lang en zijn maximaal 5 cm breed. Aan de onderzijde zijn de bladeren roodpaars van kleur. De plant maakt in het najaar een bloemtak die over het algemeen niet langer wordt dan 35 cm. Hieraan komen roze bloemen met een mooie streep tekening. De bloemen zijn 3 a 4 cm groot en bloeien maar met enkele tegelijk maar ook deze bloemstengel groeit iets door met nieuwe knoppen en bloemen waardoor de plant enkele maanden in bloei staat.
De soort is vooral in de zeventiger en tachtiger jaren veel gebruikt voor het maken van gestreepte hybriden.

Het sub-geslacht: Aphyllae

Phalaenopsis wilsonii Rolfe 1909
Herkomst: China (Yunnan, Szechuan) en in het oosten van Tibet
Synoniem: Phalaenopsis minor.

Deze subgroep is maar beperkt in cultuur en behoord tot de moeilijk te kweken Phalaenopsis soorten. De Phalaenopsis wilsonii een bladverliezende soort met kleine groene bladeren van ongeveer 6 cm lengte en een breedte van 1 cm. In het voorjaar maakt de plant een of meerdere bloemstengels die een lengte van 5 tot 20 cm kunnen bereiken, met daaraan 1 tot 3 bloemen. De bloemen zijn roze van kleur en ongeveer 3 cm in doorsnede. Meestal verliest de plant in het najaar haar bladeren en bloeit als ze weer nieuwe bladeren gaat maken. De plant groeit op hoogten varieerend van 800 tot 2100 meter, wat inhoud dat de plant van gematigd warm tot gematigd koud gekweekt moet worden, daarom verdiend het de aanbeveling om de plant als volgt te cultiveren.
 In de groeiperiode voorjaar en zomer overdag de temperatuur tot 30 C op laten lopen en in de nacht temperaturen van rond de 16 C.
In het najaar en winter de plant minder water gegeven en zorgen voor voldoende luchtvochtigheid. Bij een dagtemperatuur van tot 25 C en een nachttemperatuur tot minimaal 12 C. Zorg voor een goede doorstroming van de lucht. De plant groeit in de natuur op twijgen en is dus van nature gewend weinig vocht vast te kunnen houden en veel frisse vochtige lucht langs zich af te krijgen.

Phalaenopsis stobartiana Rchb. F., 1877
Herkomst: Birma, China en Thailand.
Synoniem: Phalaenopsis wightii var. stobartiana, Phalaenopsis hainanensis.

Deze soort is nagenoeg niet in cultuur, voor zover bekend 3 a 4 planten over de gehele wereld. De plant is ook zeer zeldzaam op zijn natuurlijke vindplaatsen. De plant groeit op 100 meter hoogte dus in een zeer warm en supervochtig klimaat. De originele plant is in China (Yunnan) gevonden. Vermoedelijk is 1 plant Europa en verder nog 1 in Japan. Verder mogelijk nog een in Thailand.
De plant maakt bladeren van 10 cm lengte en 5 cm breed, deze zijn groen van kleur en in het najaar vallen de bladeren van de plant. In het voorjaar bloeit de plant zonder blad met bloemstelen van wel 20 cm en meer, met daaraan een redelijk groot aantal 5 tot 15 appelgroene tot geelgroene bloemen met een witte lip en een paarse vlek op de lip. De bloemen zijn ongeveer 4 cm in doorsnede. Helaas valt er verder niet veel te vertellen over deze plant, maar dat ligt eigenlijk voor de hand met een zulks klein aantal in kweek zijnde planten.

Het sub-geslacht: Proboscioides

Phalaenopsis lowii Rchb. F., 1862
Herkomst: Birma and Thailand.
Synoniem: Phalaenopsis proboscidioides

Deze zelfstandige soort vindt zijn herkomst in het oosten van Birma en het westen van Thailand. Een soort die de laatste jaren weer in cultuur is en een buitenbeentje is gezien de vorm van het staminodium met de grote haak aan het uiteinde.
De plant behoort ook tot de bladverliezende soorten en maakt in het voorjaar bladeren van maximaal 9 cm lang en 3 cm breed. De bladeren zijn groenrood van kleur. De bloei is nogal variabel, met de hoofdbloei in voor en najaar. De bloemtak die verschijnt, wordt tussen de 30 en 70 cm lang en er kunnen zeer veel bloemen aan een bloemtak verschijnen, echter dit zal in cultuur niet haalbaar zijn. De bloemen zijn over het algemeen wit van kleur met een roze waas en hebben een doorsnede van 3 tot 5 cm.
De plant wijkt nogal af van cultuur ten op zichten van de meeste Phalaenopsis soorten. De plant moet in de groei van mei tot augustus veel water hebben en in de wintermaanden, december tot februari geheel of nagenoeg geheel droog worden gehouden. De plant verlangt ook meer licht als de andere soorten, het gehele jaar door. Verder houdt de plant vooral in de winter van koele nachten 10 tot 13 C. Het verdient ook de voorkeur om deze plant op een blok te kweken en niet in de pot, maar dat geldt in feite voor alle bladverliezende Phalaenopsis soorten.

Het sub-geslacht: Parishianae

Deze groep is een bijzondere sectie binnen het geslacht Phalaenopsis. De planten verliezen in hun natuurlijke omgeving in de winterrustperiode haar bladeren. Slechts 2 (parishii en lobbii) van deze groep zijn voldoende in cultuur 1 (gibbosa) in beperkte maten, nog 1 (appendiculata) is zeer zelden in cultuur en 1 soort (mysorensis) is totaal niet in cultuur. Alle soorten zijn klein van plant en bloem.

Phalaenopsis appendiculata (C.E Carr 1929)
Herkomst: Malaysia (in de Staat Pahang)
Synoniem: Polychilos appendiculata

Deze soort is slecht enkele malen gevonden en vrij recent is hier ook een alba vorm van ontdekt. De plant maakt 3 a 4 bladeren welke gifgroen van kleur zijn en ongeveer 7 cm lang en 3,5 cm breed zijn. De bloemtak die de plant maakt is dun en ongeveer 5 tot 8 cm lang. Er verschijnen achter elkaar vele bloemen van ongeveer 1 cm in doorsnede. De bloemen zijn wit tot zachtroze van kleur met een paarse streep tekening op de sepalen, petalen en de lip.  Het is een mooie miniatuur Phalaenopsis, waar helaas nog maar weinig van bekend en is en waarvan te hopen is dat de plant snel kunstmatig vermeerderd gaat worden. Gezien de herkomst groeit de plant in elk geval in een warme omgeving. Tevens krijgt de plant in haar natuurlijke omgeving in de maanden december en januari veel water, door zware regenval.

Phalaenopsis gibbosa (Sweet 1970)
Herkomst: Vietnam, Laos
Synoniem: Polychilos gibbosa

Deze soort heeft van uiterlijk het meeste weg van een Phal. Parishii. De bladeren zijn tot 12 cm lang en ongeveer 4,5 cm breed. De plant groeit op een hoogte van 500 meter en wil dus warm gekweekt worden, maar heeft een hele lange droge periode. In haar natuurlijke omgeving krijgt de plant alleen voldoende regen van mei tot oktober. De rest van de tijd valt er nagenoeg geen regen en moet de plant het doen met de goede luchtvochtigheid. Hier ligt mogelijk ook het probleem van de kweek van de plant. In cultuur groeit de plant traag en wordt vaak als lastig betiteld. De plant maakt bloemtakken die wel van 10 tot 17 cm lang kunnen worden. De bloemen zijn ongeveer 1,5 tot 2 cm in doorsnede en zijn wit van kleur met op de lip twee gele vlekken. De vorm van de bloem lijkt veel op die van parishii en lobbii.

Phalaenopsis lobbii (Sweet 1980)
Herkomst: India, Bhutan, Myanmar (Birma), Vietnam
Synoniem: Phalaenopsis listeri and Phalaenopsis parishii var lobbii

De meest in cultuur zijnde soort van deze groep. Is qua vorm gelijk aan parishii, met uitzondering dat de lip anders is. De plant maakt bladeren van ongeveer 12 cm lengte en een breedte van ongeveer 5 cm. De bladeren zijn groen van kleur, de plant maakt diverse bloemtakken met en lengte tot 15 cm met daaraan tot 6 bloemen. De bloem is ongeveer 2 cm groot en wit van kleur met een bruine lip. De plant moet in de rustperiode behalve koeler ook droog gekweekt worden dat wil zeggen van eind oktober tot half april geen water geven alleen zorgen voor een goede luchtvochtigheid. DE plant bloeien over het algemeen in het voorjaar, maar de plant heeft de neiging om meerdere malen per jaar te bloeien en vooral in de tijd dat ze in de rust is. Tijdens deze rustperiode kan de plant ook haar blad verliezen. Zorg ervoor dat de wortels goed blijven en in het voorjaar zie je de plant weer bladeren ontwikkelen.

Phalaenopsis mysorensis (Saldanha 1974)
Herkomst: India (provincie Mysore)
Synoniem: Kingidium niveum

Een plant die slechts enkele malen in de provincie Mysore is gevonden en niet in cultuur is voor zover mij bekend. De plant lijkt volgens Sweet in uiterlijk meer op een Kingidium en of een overgangsvorm naar Phalaenopsis. De plant die zijn herkomst heeft vanuit het zuiden van India, groeit daar in een gematigd klimaat op ongeveer 900 meter hoogte en heeft ook een lange droge tijd, vanaf half november tot half april. De bladeren zijn tot maximaal 15 cm lang en ongeveer 4 tot 5 cm breed. De bloemtak is korter dan de bladeren en de witte bloemen hebben een doorsnede van 1 tot 1,5 cm. Op de zijlobben van de lippen zitten gele vlekken. Vermoedelijk is de plant moeilijk te houden, omdat er zelfs geen foto’s beschikbaar zijn van de bloem.

Phalaenopsis parishii (Rchb.f 1865)
Herkomst: Myanmar (Birma), India, Thailand
Synoniem: Geen

Deze soort is lang niet in cultuur geweest sinds de 90er jaren weer terug gevonden in het oosten van Birma en het westen van Thailand. Jaren lang werd gedacht dat we Phalaenopsis parishii in cultuur hadden maar dat bleek de lobbii te zijn met haar bruine lip. De plant maakt groene met zilvergrijze bladeren, met een lengte van ongeveer 6 cm en een breedte van ongeveer 3 cm. In het voorjaar verschijnen de bloemtakken welke tot ongeveer 12 cm lang kunnen worden en met tussen de 2 en 7 bloemen, welke wit van kleur zijn met een paarse lip. De plant groeit in de natuur op plaatsen waar het vanaf juni tot eind september regent en dan ook nog in grote hoeveelheden en de rest van het jaar zo goed als droog is, met wel een goede relatieve luchtvochtigheid. Ook deze plant kan in de winter haar bladeren verliezen, maar geen probleem als de wortels maar goed blijven. De plant moet gematigd worden gekweekt met in de groeiperiode meer naar de warme kant en in de rustperiode iets meer koeler kweken.

Nogmaals de planten uit deze groep zijn vaak wat lastig in cultuur maar de moeite van het kweken zeer wel waard.

Het sub-geslacht: Polychilos

Deze groep is er een waarvan de planten vrij eenvoudig te kweken zijn, maar waarbij het moeilijk is om van sommige de juiste identiteit vast te stellen. Phalaenopsis mannii geeft geen problemen en ook de Phalaenopsis cornu cervi is niet de moeilijkste, maar het verschil tussen borneensis, pantherina en lamelligera is een ander verhaal.

Phalaenopsis borneensis (Garay 1995)
Herkomst: Borneo (Sabah)
Synoniem: Phalaenopsis pantheriana

De plant welke nagenoeg niet in cultuur is maakt bladeren met een lengte van 30 cm en 3 tot 4 cm breed .
De soort komt voor op Kalimantan (Borneo) en in de omgeving van het eiland Labuan.
De bloemen lijken veel op die van Phalaenopsis pantherina, maar de kleur van de bloemen lijken meer op die van cornu cervi.
Ik persoonlijk heb het idee dat het een variant is van pantherina of een natuurlijke hybride tussen pantherina en lamelligera.

Phalaenopsis cornu cervi (Bl & Rchb.f.1860)
Herkomst: Sarawak, Borneo, Java, Sumatra, Thailand, Nicobar eiland, Myanmar(Birma)
Synoniem: Phalaenopsis devriesiana

De plant heeft een zeer groot verspreidingsgebied en een soort die ook zeer variabel is in kleur en grote. De plant kan lange slanke bladeren maken maar ook kortere bredere bladeren. De bloemtakken die de plant maakt verschijnen meestal in het voorjaar en kunnen jaren achtereen aan de plant blijven, dit telt voor de gehele groep die hier wordt besproken. Dus bloemstengels uitsluitend afknippen als deze bruin worden. De bloemen zijn tussen de 3 en 5 cm in doorsnede en van citroengeel tot okergeel en al dan niet voorzien van enkele tot vele fijne bruine tot roodbruine stippen en strepen.
De plant is eenvoudig in cultuur en groeit het beste in een gematigd tot gematigd warme omgeving. De bloei begint hier over het algemeen in maart - april en gaat door tot eind oktober. In de natuur bloeit de plant het gehele jaar door.

Phalaenopsis lamelligera (Sweet, 1969)
Herkomst: Borneo (Sabah)
Synoniem:

Een soort die vrij nieuw is in deze groep en in 1969 is beschreven door Herman R. Sweet.
De plant is redelijk compact van vorm, de bladeren zijn beduidend korter als die van een Phalaenopsis cornu cervi of pantherina.
De bladeren zijn over het algemeen ook breder en wat dikker van vorm.
De bloemtak wordt ook niet zolang als bij de hiervoor omschreven soorten. De bloemtak is wel groenblijvend. De bloemen zijn 3 tot 5 cm in doorsnede en donkergeel van kleur, met duidelijke roodbruine punten en strepen. De plant is beschreven van een bloem die zich bevindt in het herbarium van de Kew Gardens in Engeland. Ik heb echter sterk het vermoeden dat de Phalaenopsis bundtii en de Phalaenopsis lamelligera de zelfde planten zijn.
Volgens Sweet heeft lamelligera in het midden van de lip een aantal rijen met lamellen, borstels en deze ontbreken bij de Phalaenopsis bundtii.
Echter de beschreven bloem dateert uit 1891 en werd bijna 80 jaar later beschreven.

Phalaenopsis mannii (Rchb. F., 1871)
Herkomst: India en Myanmar (Birma)
Synoniem: Phalaenopsis boxallii

Een plant die in de natuur veelvuldig voor komt in het Himalaja gebergte. De plant maakt dunnere en bredere bladeren als de anderen uit zijn groep, vaak heeft de plant aan de bovenkant van het blad punten en strepen, roodbruin van kleur.
De plant maakt een bloemtak in het vroege voorjaar en aan de bloemtak kunnen wel enkele 10 tallen bloemen komen soms aan een vertakte bloemtak. De bloemen zijn 5 a 6 cm in doorsneden en zijn geel van kleur, met een roodbruine tekening van punten en strepen. Na de bloei die ongeveer 6 tot 8 weken duurt wordt de bloemtak bruin. Mannii is de enige in haar groep waarbij de bloemtak niet overblijft.
De plant groeit gematigd tot gematigd warm.

Phalaenopsis pantherina (Rchb.F., 1864)
Herkomst: Borneo, Sarawak, eiland Labuan
Synoniem: Phalaenopsis luteola

Leaves rather many, fleshy, green, oblong, ligulate or oblong-lanceolate, obtuse, sometimes at bilobate apex, from 18 to 20 cm long , from 4 to 5 cm wide, dorsally carinate.
Flower stalk green, erect or slightly arcuate twice longer or more than the leaves

Phalaenopsis pantherina is frequently found on the high parts of tropical forest where it is found exposed with a relatively important luminosity. It was observed sea level up to 800 meters of altitude. Flowering is done throughout the year, with a peak in spring and beginning of summer

Het sub-geslacht: Fuscatae

Een groep van planten die allen dikke leerachtige groene bladeren hebben met vaak een geel randje aan de bladrand. Zij zijn over het algemeen iets moeilijker in cultuur, dan de meeste andere al besproken soorten. Zij maken over het algemeen een lange bloemtak met aan het uiteinde eventueel een vertakking met enkele bloemen. De lip van alle types is lepel-vormig. De planten groeien allen in een warm klimaat, met in onze zomer iets minder luchtvochtigheid

Phalaenopsis cochlearis (Holtum 1964)
Herkomst: Maleisië en Indonesië
Synoniem: Polychilos cochlearis

Een soort die niet veel in cultuur is en ook niet eenvoudig in cultuur is. De bladeren van de plant worden tot 20 cm lang en kunnen wel 8 cm breed worden. De plant maakt een bloemstengel van wel 40 cm. De bloemen zijn mooi citroengeel van kleur, met al dan niet enkele bruine vlekken op de sepalen en petalen, tegen de lip aan. De bloemen zijn ongeveer 4 cm in doorsnede en blijven lang goed aan de plant. De bloemen kunnen het gehele jaar door verschijnen, maar de nadruk ligt op het voorjaar / begin zomer.

Phalaenopsis fuscata (Rchb. F., 1874)
Herkomst: Maleisië, Borneo, Filippijnen
Synoniem: Phalaenopsis denisiana

De meest bekende uit deze groep, en wordt zeer vaak verwisseld met de veel minder in cultuur zijn de kunsteleri.
De plant kan bladeren maken van 20 tot 25 cm lengte en wel 10 cm breed. De bloemstengel wordt over het algemeen vrij lang 40 tot 50 cm en is vertakt. De bloemen, geel van kleur met bruine spots zijn ongeveer 3 –4 cm groot en ook hiervan is de lip geel en lepelvormig. Deze plant is uit de gehele groep de meest eenvoudig te kweken. De plant na het water geven eerst goed op laten drogen en daarna pas weer water geven.

Phalaenopsis kunstleri (Hooker, 1890)
Herkomst: Maleisië
Synoniem: Phalaenopsis fuscata var kunstleri

Een veel minder in cultuur zijnde soort uit deze groep en te herkenen aan de lip waarbij de deellijn tot midden op de lijn loopt terwijl deze bij fuscata geheel doorloopt, zie bijgaande tekeningen van de beide lippen.
De plant maakt een iets minder lange bloemsteel van ongeveer 35 – 40 cm lengte, die ook vertakt kan zijn. De bloemen zijn 3 a 4 cm in doorsnede en terwijl de bloemenbladen van de fuscata door krullen, naar achteren, blijven de bloembladen van kunstleri, enigszins bol naar voren staan. De bloembaden zijn met name van de petalen breder van vorm.

Phalaenopsis viridis (J.J. Smith, 1907)
Herkomst: Sumatra
Synoniem:

Deze soort heeft een vrij beperkt verspreidingsgebied en komt dus ook alleen maar voor op het eiland Sumatra. De plant is een trage groeier en heeft meer grijsgroene bladeren, ze worden ongeveer 30 tot 35 cm lang en 10 cm breed. De bloemstengel is vertakt en maakt meer langwerperige bloemen dan de vorige soorten, de bloemen zijn geel met bruine vlekken, doch deze laatste zijn ruim aanwezig op de bloembladen.
De bloemen zijn ongeveer 4 a 5 cm groot.

Het sub-geslacht: Amboinensis

Deze groep van Phalaenopsis planten is zeer geliefd en bloeien bij voorkeur in de zomer. De planten groeien over het algemeen in een wat drogere omgeving en de balderen zijn gevoelig voor koud vocht en of een te hoge luchtvochtigheid bij lagere temperaturen. Deze bloemen zijn wasachtig en blijven lang goed aan de plant. De bloemtakken blijven jaren achtereen bloemen produceren.

Phalaenopsis amboinensis (J.J.Smith 1911)
Herkomst: Ambon en Sulawesii
Synoniem: Phalaenopsis psilantha, Phalaenopsis hombronii, Polychilos amboinensis

Deze soort is een van de meest bekende uit deze groep maar ook van het geslacht Phalaenopsis. De bladeren van deze soort zijn lichtgroen van kleur en worden tot 25 cm lang en wel 8 cm breed. De bladeren zijn enigszins golvend van vorm. De bloemstengels kunnen tot 40 cm lang worden en aan de uiteinden van de al dan niet vertakte steel komen enkele stervormige witte bloemen met bruine strepen. De bloemen zijn ongeveer 5 cm in doorsnede. Dit common type is wat minder bekend als de variëteit yellow strain. Hiervan zijn de bloemen geel en hebben ook de bruine strepen. Deze bloemen zijn vaak iets groter van diameter. De bloemen geuren licht en bij warm zonnig weer ruiken ze sterker. Een echte aanrader voor liefhebber van Phalaenopsis.

Phalaenopsis doweryënsis(Garay & Christ  2001)
Herkomst: Sabah
Synoniem:

Een geheel nieuwe soort die pas in 2001 is beschreven en in 1999 ontdekt, als een kleine uitgave van de Phalaenopsis gigantea. Al snel bleek toen de plant ging bloeien bij een kweker in USA, dat het om een nieuwe soort ging. De plant is zeer moeilijk in cultuur en maakt bladeren van ongeveer 25 cm lengte en 10 cm breedte. De gele bloemen met rode streepjes zijn 4 – 5 cm in doorsneden en komen aan een redelijk korte 10-15 cm lange bloemstengel. De plant is bijna niet in cultuur en kost als jonge zaailing over het algemeen meer dan € 100,-

Phalaenopsis floresensis (Fowl 1992)
Herkomst: Indonesië eiland Flores
Synoniem:

Ook een redelijk nieuwe soort die in 1992 is beschreven en is gevonden op het eiland Flores, deel uitmakende van de Indonesiese archipel. De plant is redelijk compact van vorm, de bladeren worden tot 15 cm lang en ongeveer 6 cm breed. De plant maakt bloemstelen tot ongeveer 25 cm lengte welke kunnen vertakken en daarin verschijnen aan het einde van het voorjaar begin zomer roomkleurige bloemen met een doorsnede van ongeveer 4 cm. De plant lijkt qua uiterlijk veel op een kleine vorm van amboinensis.

Phalaenopsis gigantea (J.J.Smith 1909)
Herkomst: Borneo
Synoniem: Polychilos gigantea

Deze soort dank niet haar naam aan de grote van de bloemen maar meer aan de grote van de bladeren die ze kan ontwikkelen, en vooral in de vrije natuur. Daar zijn in het verleden planten gevonden met bladeren van wel 120 cm lengte. En 40 cm breed. De bladeren zijn groen grijs van kleur en in cultuur worden de bladeren meestal niet langer dan 50 cm. De bloemtakken zijn vaak korter dan de bladeren van de plant. Elk jaar verschijnt er aan iedere bloemtak een tros roomwitte bloemen met veel roodbruine streepjes die ongeveer 5 a 6 cm groot worden. De plant moet tussen de 8 en 12 jaar oud zijn om te kunnen bloeien. De plant is redelijk moeilijk in cultuur, houdt namelijk van een koel najaar, hiermee bedoelende dat de normale nachttemperatuur op 20 C licht en dan rond de 15 C.

Phalaenopsis javanica (J.J.Smith 1918)
Herkomst: Java
Synoniem: Phalaenopsis latisepala, Polychilos javanica (Shim 1982)

Een soort die in de natuur nagenoeg is verdwenen, door de ontbossing op West Java, waar de plant in een zeer beperkt gebied voorkomt. Gelukkig zijn er op dit moment weer voldoende planten in cultuur. Het is een van de moeilijkste uit deze groep, dit omdat de plant slecht tegen vocht op de bladeren, kan en vooral koud vocht. Dus zeer goed oppassen met water geven. Eveneens er voor zorgen dat luchtvochtigheid en temperatuur in evenwicht zijn, bij lage temperaturen droger kweken. De plant groeit ook goed op een blok. De bladeren van de plant zijn sterk gegolft en worden ongeveer 15 tot 20 cm lang en 5 tot 7 cm breed.
De bloemstengel verschijnt onder de bladeren en de bloemen zijn ongeveer 3 cm in doorsnede, rond van vorm en glazig wit van kleur en zeer sterk gestreept met rode of roodbruine streepjes. De laatste vererft de plant bij kruisingen. Een soort voor iemand die Phalaenopsis kweekt en van een uitdaging houdt.

Phalaenopsis micholitzii (Rolfe 1890)
Herkomst: Filippijnen Mindanao
Synoniem: Polychilos micholitzii

Een plant die zeer beperkt is verzameld en die dus ook zeer beperkt in cultuur is.
De plant maakt bladeren tot een lengte van 20 cm en de bloemtakken die over het algemeen niet langer zijn dan 10 cm, verschijnen ook bij deze plant onder de bladeren. De plant heeft relatief grote bloemen met een doorsnede tot wel 8 cm, room wit van kleur en stervormig van model. De lip is een echte aandachtstrekker, deze is in verhouding redelijk groot en breed en zeer sterk behaard met witte lange haren van we 1 cm lang.
Als je aan een volwassen plant kunt komen, zul je redelijk in de buidel moeten tasten.

Phalaenopsis robinsonii (J.J.Smith 1917)
Herkomst: Ambon
Synoniem: Polychilos robinsonii

Een soort die slechts voor de literatuur maar een maal is gevonden op het eiland Ambon en wel in 1913 en daar door Smith is beschreven. Er is vrij weinig bekend van deze soort, doch op Internet is een foto te zien van deze soort, op de site www.orchidsindonesia.com

Phalaenopsis venosa (Shim & Fowl 1983)
Herkomst: Sulawesii
Synoniem: Polychilos venosa, Phalaenopsis psilantha

Deze ook nog redelijk nieuwe soort is voor het eerst in 1979 gevonden in het noorden van Sulawesii in de omgeving van Manado die verzamelaars van de bekende orchideeënkweker C.L. Bundt. Door hem is de plant in cultuur gebracht. Er is veel verwarring geweest over de naamgeving van deze plant, omdat men eerst vanuit ging dat het de door Schlechter beschreven Phalaenopsis psilantha was, maar later ging Sweet er vanuit dat het een variëteit van amboinensis was en uiteindelijk heeft Fowlie de plant beschreven als een nieuwe soort. De plant heeft sterk golvende bladeren die ongeveer 35 cm lang en tot 8 cm breed worden.
De bloemtakken die aan het begin van de zomer aan de plant verschijnen, blijven jaren groen en worden iets langer als de lengte van de bladeren. De bloemen zijn wit van kleur met een zeer overheersend bruine tekening, waardoor het lijkt dat de bloemen bruinrood van kleur zijn. De plant is redelijk gemakkelijk te kweken mist men er voor zorgt dat de plant met name in de zomer voldoende verse lucht krijgt omdat ze juist in die tijd een hekel heeft aan stilstaande vochtige lucht.

Het sub-geslacht: Zebrinae

Het sub geslacht Zebrinae heeft enkele typische kenmerken, de bloemtakken blijven jaren achtereen groen en groeien elk jaar verder uit. En de bloemen zijn allen wasachtig van uiterlijk en is vervolgens onderverdeeld in 3 sub-sub geslachten

Zebrinae
bastianii, corningiana, inscriptiosinensis, speciosa, sumatrana, tetraspis

Lueddemannianae
fasciata, fimbriata, hieroglyphica, lueddemanniana, pulchra, reichenbachiana, violacea

Hirsutae
mariae, pallens

Glabrae
maculata, modesta

Het sub-sub geslacht Zebrinae

Phalaenopsis bastianii (Gruss & Röllke, 1991)
Herkomst: Filippijnen
Synoniem: Phalaenopsis deltonii, Phalaenopsis lueddemanniana var. deltonii

Een vrij nieuwe soort onder het geslacht Phalaenopsis. De plant is halverwege de jaren 80 ontdekt de plant werd in de handel gebracht vanuit Indonesië, als verzamelt op de Filippijnen als LKW-18 en nadien door diverse bedrijven op de Filippijnen als Phal. luedd. deltonii.
Vermoedelijk betreft het een natuurlijke hybride tussen mariae en pallens met mariae als plant die is bestoven met de pollen van pallens, maar wat ook niet ondenkbaar is dat de plant is gemaakt door deze Indonesische kweker en dat jonge planten massaal zijn teruggezet in de natuur, omdat in de jaren 80 commercieel erg interessant was. De plant lijkt qua uiterlijk veel op een Phalaenopsis pallens en ook wat betreft de vorm van de bloemtakken en de manier van bloeien, met uitzondering van de bloemen welke qua kleur meer op mariae lijken, met veel rood in de bloemen. De lip van de bloem is duidelijk een versmelting van de lip van mariae en pallens. De plant heeft groenblijvende bloemtakken en draagt bloemen van april tot september. De bloemen zijn 3 a 4 cm in doorsneden en variabel van model en kleur. De bloei is niet massaal aan een onvertakte bloemtak verschijnen 3 tot 5 bloemen. Vervolgens loopt de bloemtak verder uit of maakt zijtakken met evenzoveel bloemen.


Phalaenopsis corningiana (Rchb.f., 1879)
Herkomst: Indonesië, Borneo (Kalimantan)
Synoniem: Phalaenopsis cumingiana, Phalaenopsis sumatrana var sanguinea

De corningiana is en van de mooiste uit deze groep, maar ook zeer moeilijk in cultuur.
De donkergroene bladeren van deze plant worden ongeveer 20 tot 25 cm lang en zijn tot 8 cm breed.
De bloemen van deze uitsluitend op het eiland Borneo (Kalimantan) groeiende soort zijn 6 tot 8 cm groot en variabel van kleur. De basiskleur van de bloem is crèmewit met veel tot zeer veel bloedrode dicht op elkaar staande blok streepjes. De lip is paars van kleur met aan het uiteinde een mooie witte behaarde flos. De plant maakt maar een beperkt aantal wortels en is daardoor zeer gevoelig voor verpotten en andere zaken waardoor de wortels beschadigd kunnen worden. De plant is dus ook redelijk zeldzaam in cultuur.

Phalaenopsis inscriptosinensis (Fowlie, 1983)
Herkomst: Indonesië, Sumatra
Synoniem: geen

Een soort die ook redelijk nieuw is en waarvan vooral in het begin werd gedacht dat het een gemaakte soort was, dus een hybride.
Met als mogelijke ouders Phal. sumatrana en javanica, maar de beharing die de kruising vererfd is niet terug te vinden bij deze inscriptosinensis.
De plant maakt bloemtakken van 10 tot 25 cm, eventueel vertakt, met daaraan een redelijk aantal crème kleurige bloemen met roodbruine tekening in de vorm van Chinese tekens. De bloemen zijn 4 a 5 cm groot en geuren licht.
De bladeren van de plant zijn stevig en ongeveer 15 tot 20 cm lang en tot 6 cm breed. Ook deze soort is niet veel in cultuur en het is oppassen geblazen bij het kopen van deze soort want men heeft de hiervoor genoemde hybride gemaakt en deze wordt nu door sommige kwekers onder de zelfde naam verkocht.

Phalaenopsis speciosa (Rchb. F., 1870)
Herkomst: Andaman & Nicobar eilanden
Synoniem: Phalaenopsis speciosa var maculata, Polychilos speciosa

Een plant die nagenoeg niet in cultuur is en sinds enkele jaren is terug gevonden op de Andaman eilanden. De planten leven daar in een zeer geïsoleerd gebied en in bijna onbewoonde gebieden. In het verleden werden planten van Phal. pulchra verkocht als Phal. speciosa. De bloemen zijn zeer bijzonder omdat de bloemen per stuk verschillende van kleur kunnen zijn. De kleuren lopen uiteen van wit het roze rode vlekken tot geheel rode bloembladen.
Van deze soort is dan ook zeer weinig bekend, er zijn ook geen hybriden bekend. De bladeren van deze soort zijn ongeveer 15 tot 20 cm lang en 6 tot 8 cm breed. De bloemen hebben een doorsnede van 5 a 6 cm en geuren lekker.
Mogelijk kun we komende jaren van deze soort op grotere schaal nakomelingen verwachten, omdat men in Taiwan nu bezig is op de plant grootschalig te vermeerderen. Dan zullen we ook weten hoe we precies om zullen moeten gaan met deze bijzondere soort. Ook zal de tijd ons leren of deze plant mooie hybriden zal gaan voortbrengen omdat de tot op heden geregistreerde hybriden allemaal gemaakt zijn met Phal. pulchra.

Phalaenopsis sumatrana (Korth & Rchb. F., 1860)
Herkomst: Indonesië, Java, Sumatra, Borneo, Birma (Myanmar), Thailand, Vietnam, Malaysia, Filippijnen
Synoniem: Phalaenopsis gersenii, Phalaenopsis zebrina, Phalaenopsis acutifolia

Een zeer bekende en veel gekweekte soort die qua vorm enz heel dicht in de buurt zit van Phal. corningiana, maar veel makkelijker in cultuur is.
De plant maakt puntigere lichter gekleurde bladeren welke wel tot 35 cm lang kunnen worden.
De bloemtakken kun vertakt zijn en aan de uiteinde van de bloemtakken komen 2 tot 5 bloemen, die wit van kleur zijn en horizontale roodbruine streepjes hebben. De bloem is ongeveer 5 tot 7 cm groot en geurt heerlijk. De plant is zeer variabel, vandaar dat er ook een aantal variëteiten van zijn beschreven en dit komt mogelijk mede doordat de plant een zeer groot verspreidingsgebied heeft.
Deze soort is echt een aanbeveling. De hoofdbloei van de plant is vanaf eind mei tot eind augustus.

Phalaenopsis tetraspis(Rchb. F., 1870)
Herkomst: Andaman & Nicobar eilanden
Synoniem: Phalaenopsis barrii, Phalaenopsis speciosa var. tetraspis, Phalaenopsis sumatrana var. alba

Vroeger in de jaren 70 was deze tetraspis een variëteit van speciosa, bij de uitleg over de Phal. speciosa zijn de lippen van beide soorten afgebeeld en kun je zien dat de lip van de tetraspis meer gerekt is en de zijlobben van de lip anders van bouw zijn.
De bloemen zijn qua formaat het zelfde als speciosa, alleen zijn de bloemen altijd wit van kleur en al dan niet op enkele of alle bloemenbladen gestreept of gepunt met lichtbruine tekeningen.
Een tijd lang ging men er vanuit dat de thans in cultuur zijnde plant een wat minder bekende variëteit van Phal. fimbriata was. Doch dit is nooit officieel vastgelegd. Maar het blijft vreemd dat de planten welke wij in cultuur hebben van oorsprong uit Indonesië komen terwijl de beschreven Phal. tetraspis van de eilanden groep Andaman komt.
De plant is overigens eenvoudig in de kweek en kan zeer rijk bloeien.

Het sub-sub geslacht: Lueddemannianae

Van deze subgroep is de lip van de bloem breed uit lopend. Alle soorten bloeien in voorjaar en zomer en verspreiden allen een prettige geur in meer of mindere mate.

Phalaenopsis fasciata, (Rchb.f. 1882)
Herkomst: Filippijnen eilanden (Luzon, Mindanao, Bohol)
Synoniem: Phalaenopsis lueddemanniana boxalii (niet officieel beschreven)

De fasciata is een van de ouders van vele geel gekleurde hybriden, doch in het verleden werden deze hybriden vaak geregistreerd onder de naam lueddemanniana boxalii, terwijl de Phalaenopsis mannii als beschreven variëteit bekend staat.
De plant maakt bladeren met een lengte van maximaal 25 cm en tot 8 cm breedte.
De bloemtakken die aan de plant komen blijven jaren groen en elk jaar verschijnen er nieuwe bloemen aan de oude takken, die zich elk jaar verlengen.
De bloemen zijn geel van kleur en hebben een bruine streep tekening. De lip is roze van kleur, met aan het uiteinde van de lip een verdikking. De bloemen die ongeveer 6 cm in doorsnede zijn blijven wel 6 tot 10 weken goed aan de plant.

Phalaenopsis fimbriata, (J.J.Smith 1921)
Herkomst: Indonesië eilanden Java, Sarawak, Sumatra
Synoniem:

Deze soort heeft enkele varieteiten welke niet zo algemeen bekend zijn. De normale vorm komt veelal voor op het eiland Java en heeft witte bloemen met in de onderste sepalen roze streepjes en heeft een doorsnede van ongeveer 5 cm, de lip heefteen grote paarse vlek en is sterk behaard., de bloemen komen met 2 tot 5 gelijktijdig aan de bloemtak en deze bloemtak is overjarig.
De varieteit sumatrana heeft bloemen die ruim 1/3 groter zijn en creme van kleur zijn. Deze komt zoals de naam al aangeeft voornamelijk voor op het eiland Sumatra en zeer beperkt op Sarawak.
Verder is er nog de variteit tetraspis en deze wordt zeer veel aangeboden als variteit van speciosa dit is echter niet correct.De echte tetraspis is zeer zeldzaam en komt van de Andamaneilanden.

Phalaenopsis hieroglyphica, (Sweet 1969)
Herkomst: Filippijnen eilanden (Palawan, Luzon, Polillo)
Synoniem: Phalaenopsis lueddemanniana var.hieroglyphica (Rchb.f. 1887),Phalaenopsis lueddemanniana var.palawensis (Quisumbing 1953),Phalaenopsis lueddemanniana var.surigadensis (Hort)

Deze soort is pas in 1969 door Herman Sweet beshreven als soort, daarvoor was het een varieteit van de Phalaenopsis lueddemanniana
De bloemstengels va deze soort worden over het aklgemeen iets langer als de bladeren van de plant namelijk tussen de 30 en de 40 cm.
Ook deze bloemtakken blijven jaren groen aan de plant en groeien elk jaar verder door. De creme-roze bloemen hebben en duidelijke streep tekening op de bloembladen. De bloemen die ligt geuren worden ongeveer 8 cm groot en zijn evenals alle anderen uit deze groep wasachtig. De bloemen kunnen wel tot 8 weken goed blijven aan de plant. De bloei begint vaak in juni-juli en kan doorlopen tot in oktober. De plant is redelijk gemakkelijk in cultuur en dus zeer gezchikt voor op de vensterbank.

Phalaenopsis lueddemanniana, (Rchb.f.1865)
Herkomst: Filippijnen 
Synoniem: Phalaenopsis luddemannii (Boball ex Naves Novis 1882),
Phalaenopsis ochracea (Career ex Stein 1892)

Deze soort is de het basis type van deze subgroep. De plant is qua groei en bloei zeer variabel, andaar dat de plant vroeger heel veel variteiten had, waarvan er een antal zijn omgezet in een soort en weer ander onder een variteit groep zijn geschaard.
De bloemen zijn wit met meer of minder paarse strepen en hebben een doorsnede van 6 tot 8 cm. De bloemtakken kunnen van 10 tot meer dan 100 cm lang worden, ook het aantal bloemen per tak kan zeer varieren, van 1 a 2 tot wel 5 tot 7 bloemen. De kweek van deze soort is betrekkelijk een voudig en je kunt door de verschijdenheid van de soort wel een hele collectie alleen van Phalaenopsis lueddemanniana aanleggen.

Phalaenopsis pulchra, (Sweet 1968)
Herkomst: Filippijnen eilanden (Luzon, Leyte)
Synoniem: Phalaenopsis lueddemanniana var.pulchra (Rchb.f. 1875),
Phalaenopsis lueddemanniana var.purpurea (Hearts & Quisum. 1932)

Ook deze soort is door Herman Sweet opnieuw benoemd tot een soort, voorheen was het een varieteit van lueddemanniana, maar zoals je zelf kunt zien is de lip duidelijk anders van opbouw en ook de zijlobben hebben een ander opbouw, vandaar dat terecht deze tot een nieuwe soort is benoemd. De bloemen welke mooi paars van kleur zijn en ongeveer 6 - 8 cm in doorsnede zijn verschijnen over het algemeen alleen of met hooguit 2 a 3 bloemen per tak. Doch de bloemtak groeit het gehele jaar door en zodoende heeft men over het jaar genomen toch veel bloemen aan de plant.
De bloemtakken blijven enkele jatren aan de plant en kunnenn sterk varieren in lengte.
De plant zelf blijft redelijk compact.

Phalaenopsis reichenbachiana, (Rchb.f. & Sander 1882)
Herkomst: Filippijnen eilanden (Luzon, Bohol, Mindanao)
Synoniem: Phalaenopsis sumatrana var kimballiana (Rchb.f. 1888),
Phalaenopsis kimballiana (Gower 1888)

Deze soort is nagenoeg niet in cultuur en lijkt qua uiterlijk heel veel op de fasciata.
De lip en de zijlobben zijn echter gehel anders van bouw. De ruitvormige lip is wit van kleiur en geheel vlak en behaard. De bloei komt over een met fasciata en de bloemen die in een minder aantal verschijnen zijn 6 - 7 cm in doorsnede. De plant is niet eenvoudig in cultuur, en komt ook in de natuur maar zeldzaam voor.

Phalaenopsis violacea, (Witte 1860)
Herkomst: Sumatra (Mentawai, Simeuluë), Malaysia (Perak, Selangor, Malacca)
Synoniem: Stauritis violacea (Rchb.f. 1862), Stauropsis violacea (Rchb.f. 1862)

Een

Het sub-sub geslacht: Hirsutae

Dit subgeslacht van Hirsutae bevat slechts twee soorten en hebben beide beharing langs en op de lip. De bloemen zijn middelgroot en ook de plant maakt relatief korte bladeren.

Phalaenopsis mariae Burbidge ex Warner & Williams, 1883
Herkomst: Filippijnen (Mindoro, Mindanao, Luzon, Sulu), West Borneo
Synoniem:

Een zeer mooie soort die slechts beperkt op naam wordt geleverd. Vaak wordt de Phalaenopsis bastianii aangeboden onder de naam mariae. De plant heeft lichtgroene bladeren die tot 30 cm lang en 8 cm breed kunnen worden. De groene dunne afhangende bloemstelen kunnen tot 40 cm lang worden en blijven jaren achtereen bloemen produceren.
De witte bloemen met bloedrode vlekken zijn ongeveer 4 a 5 cm in doorsnede. De plant bloeit over het algemeen aan het einde van zomer en in het najaar. De plant moet gematigd warm tot warm worden gekweekt worden en is gevoelig voor koud water op het blad. Een van de mooiere soorten onder de Phalaenopsis planten en ouder van vele nieuwe rode hybriden

Phalaenopsis pallens Rchb.f. 1864
Herkomst: Filippijnen
Synoniem: Phalaenopsis lueddemanniana var.pallens (Burb. 1882), Phalaenopsis foerstermanii (Rchb.f 1887), Phalaenopsis denticulata (Rchb.f. 1888), Phalaenopsis mariae var.alba (Hearts & Quis.1935)
Deze veel voorkomende soort heeft nog die variëteiten namelijk de alba, denticulata en trulifera.

De plant groeit redelijk compact en maakt bladeren van maximaal 20 cm. De plant staat er om bekend dat ze veel keiki’s maakt op oude bloemstengels. De plant kan jaarlijks meerdere bloemtakken maken aan elke bloemtakken komen 2 tot 5 bloemen. Deze zijn licht geel van kleur met bruine streepjes en stippen en ongeveer . De variëteit zit hem in de vorm en kleur van de lip. Zo heeft de denticulata aan beide zijden van de lip twee paarse strepen en heeft de trulifera meer beharing aan de zijkant van de lip. De plant kan bloeien van eind mei tot eind oktober. Deze plant is aan te bevelen met name ook voor beginner die enkele botanische soorten willen gaan kweken, De plant groeit ook zeer goed op de vensterbank.

Het sub-sub geslacht: Glabrae

Ook weer een subgeslacht met maar twee soorten en beide soorten staan er om bekend dat ze niet eenvoudig in cultuur zijn, met name de Phalaenopsis maculata is een ware uitdaging. De planten zijn nog compacter als de vorige twee en de bloemen zijn ook iets kleiner van vorm.

Phalaenopsis maculata Rchb.f. 1881
Herkomst: Maleisië (Pahang, Tahai River), Borneo, Sarawak
Synoniem: Phalaenopsis muscicola (Ridl. 1893), Phalaenopsis cruciata (Schltr. 1910)

Deze vrij zeldzame soort komt uitsluitend voor op het oostelijke gedeelte van Maleisië. De plant heeft korte tot maximaal 18 cm lange vlezige bladeren en deze zijn bruingroen van kleur. De plant groeit zeer traag en maakt meestal maar 1 tot hooguit 2 bladeren per jaar. De plant maakt een bloemstengen die tot 20 cm lengte met daaraan enkele roomwitte bloemen met rode vlekken. De bloemen hebben een doorsneden van 3 a 4 cm. De plant groeit warm in een vochtige omgeving vaak ook op rotsen of lage boomtakken. Altijd in en zeer schaduwrijke omgeving. De wortels zijn bedekt met een laag mos om te zorgen dat de plant het vocht goed kan vasthouden. Al met al een plant die moeilijk te kweken is zelf voor de ervaren Phalaenopsis kweker en ook zeer zelden in cultuur te vinden is. Wel is bekend dat met deze soort mooie hybriden te maken is, zoals de alom bekende Phalaenopsis Mini Mark.

Phalaenopsis modesta J.J.Smith 1906
Herkomst: Sabah, Kalimantan (Borneo)
Synoniem:

De naam van de plant is afgeleid van modestus of te wel simpel. Het is een van de kleinste Phalaenopsis soorten die niet haar blad verliezen, de bladeren worden maximaal 15 cm lang en ongeveer 6 cm breed en licht golvend. De bloemstelen verschijnen zowel onder als boven de bladeren en zijn tot 18 cm lang. De bloemen zijn ongeveer 3 a 4 cm in doorsnede en zijn zuiver wit van kleur met een paarse lijntekening op de bloembladen en de lip is volledig paars. De bloemen verschijnen per 2 tot 5 stuks aan een bloemsteel.
De plant moet warm gekweekt worden en houd van een vochtige omgeving doch koud water is fataal voor deze soort en de bladeren krijgen allemaal zwarte vlekken en kunnen zelfs geheel afrotten.
De plant is niet echt moeilijk in cultuur, mits men een warme kas en of venster heeft waar de plant wordt gekweekt. De plant bij voorkeur niet sproeien maar op de pot water geven.

Noot:
Voor meer specifieke informatie verwijs ik naar twee boeken:
The Genus Phalaenopsis by Herman R.Sweet (Orchid Digest 1980)
en een meer recentere maar voor mij met twijfelachtige beschrijvingen van Eric A.Christenson Phalaenopsis, a monograph (Timber Press 2001)

Alle tekeningen zijn overgenomen uit beide boeken, waarvan het overgrote deel uit het boek van Herman R.Sweet
copyright@ 2009 Herman ter Borch