laatst gewijzigd
28 december 2014

Click for Eindhoven, Netherlands Forecast
 

Beginners cursus

 

Ziekten en Plagen

Bladluizen

Op bladeren, scheuten en ook bloesem worden door verschillende gekleurde bladluizen, vaak in kolonies, aangetast.
De dieren scheiden een kleverige substantie uit, waarop zich later roetdauw ontwikkelt. De plant wordt onmiddellijk door de bladluis beschadigd. De kleverige massa en de daarop groeiende roetdauw geven de plant een minder fraai aanzien.

Dopluis

Het schildje zit niet los, maar vormt een onderdeel van het lichaam. Schildjes zijn min of meer bol en hebben een ronde vorm. Volwassen wijfjes hebben slecht ontwikkelde poten.
De verspreiding geschiedt door insecten, vogels en wind. Dopluizen komen vooral voor op houtige gewassen.


Schildluis

Aan houtige en groene plantendelen bevinden zich grijze, bruine of zwartachtige schilfer-, komma- of schaalvormige schildjes. Deze schildjes liggen bewegingloos op de plant. Vaak kruipen beweeglijke larven over de plantendelen. De plant wordt door zuigen beschadigd. De plant vertoont verkleuring, verwelkt of reageert met bladval. Tegelijkertijd ontwikkelt zich op de door de schildluis uitgescheiden honingdauw een zwarte roetdauw-laag waardoor de plant er minder fraai uitziet.

Spint (rode)

De bladeren zijn witachtig gevlekt en verliezen hun glans. In sterk aangetaste toestand vergeelt het blad en sterft later af. Op de onderzijde van het blad en in de oksels van de plant bevinden zich fijne webben met groengele of roodachtige mijten in verschillende groeistadia. De mijten gedijen bij warm en droog weer.


Trips

Bladeren en bloesem krijgen felgele, later zilverachtige glanzende vlekken. Aan de onderzijde van het blad, op de bladnerven ontstaan verkurkte zuigplekken, waarop ook uitwerpselen zichtbaar zijn. De planten worden in de groei beperkt, sterk aangetaste bladeren vallen af. Afhankelijk van soort en leeftijd zijn de langwerpige insecten gelig tot bruinzwart gekleurd.


Witte vlieg

Op de onderzijde van het blad bevinden zich talrijke witte insecten, die bij het aanraken van de plant direct opvliegen. De ongeveer 2 mm lange, witte bepoederde dieren, beschadigen de plant door zuiging, zodat de bladeren vergelen en later verdrogen. Behalve de volgroeide insecten zijn ook de eieren goed zichtbaar. De dieren produceren grote hoeveelheden kleverige afscheiding waarop zich roetdauw ontwikkelt. Er ontstaat een kleverige roetlaag die de bladeren volledig kan bedekken.


Wolluis

Aan houtige en groene plantendelen (vaak verstopt) bevinden zich kleine, met witte was bepoederde insecten, waarop ovaalronde eieren worden afgezet. De dieren beschadigen de plant door te zuigen met het gevolg dat de plant langzamerhand verzwakt. Wolluis scheidt een stof af (honingdauw) waarop zich roetdauw ontwikkelt. De plant ziet er daardoor minder fraai uit.


Bloedluis

Roodbruine, ongevleugelde bladluizen met witte wasdraden bedekt. Ze zitten op scheuten en op randen van wonden en spleten. Ze veroorzaken knobbels, de bloedluiskanker. De aantasting wordt door sluipwespen gereduceerd.


Slakken

Het gevaarlijkst voor de tuinbezitter zijn de naaktslakken. Naaktslakken, maar ook huisjesslakken vreten aan groente, fruit en siergewassen. Ze hebben een voorkeur voor kiemplanten, jonge planten en gewassen met zachte, tere bladeren.
Duidelijke kenmerken van slakkenschade zijn de typische venster- en gatenvraat aan de bladeren, en de typische slijmsporen. Vochtig weer bevordert de slakkenactiviteit.
Van maart tot april kruipen de jonge nakomelingen uit de overwinterde eieren en beginnen direct met de vraat aan tuinplanten. In de zomer zijn de slakken uitgegroeid. Tussen augustus en september volgt de paring. Zes tot acht weken later leggen de slakken hun eieren, bij voorkeur in spleten in de grond.


Bladvlekkenziekte

Deze ziekte treedt op bij vochtig-warm weer. Typische kenmerken zijn onregelmatige, door bladaders begrensde bruine vlekken met een gele rand. De bladeren sterven af. Aan de onderzijde van de vlekken olijfgroene tot bruine schimmelpluis.
Ter voorkoming moeten de planten niet te dicht bij elkaar worden gezet, om een snelle afdroging van de bladeren te bevorderen. Zodra de aantasting wordt waargenomen spuiten met Eupareen

index cursus

index cursus

 

>