Klik hier voor de
Fotogallerij

Het geslacht Phalaenopsis

Phalaenopsis (Blume): Een geslacht waar wel een boek vol over te schrijven is en waar van gezegd kan worden dat elke orchideeënliefhebber er wel een heeft of gehad heeft.
Per jaar worden in Nederland vele miljoenen Phalaenopsis planten geproduceerd (hybriden). Vandaar dat de Phalaenopsis ook bijna in elke huiskamer als potplant te vinden is.

Alles heeft natuurlijk zijn begin en dit dus ook bij het geslacht Phalaenopsis, in 1825 werd door de in Nederlands Indië wonende Blume de Phalaenopsis amabilis beschreven. De soort werd bij toeval ontdekt. Tegen het einde van de dag voer men met een klein bootje over een riviertje op het eiland Java en men meende tussen de bladeren van de bomen witte vlinders te zien vliegen. Dichter bij gekomen, zag men dat het bloemen waren. Nadien zijn nog door de loop van de jaren een aantal soorten ontdekt en zelfs de afgelopen jaren zijn nog nieuwe soorten ontdekt, in totaal zijn er meer dan 50 verschillende Phalaenopsis soorten beschreven en een zeer goed boek over dit geslacht is in de tachtiger jaren geschreven door Herman Sweet. Hij heeft toen de duidelijke scheiding aangebracht tussen alles wat Phalaenopsis was en de verwante soorten zoals Kingidium, Doritis en Paraphalaenopsis.
Echter na 2000 tot 2021 zijn een aantal soorten toegevoegd, zoals o.a de Kingidium, Doritis en een gedeelte van Vandopsis.

Het geslacht is opgesplitst in een aantal subgroepen, te weten:

Phalaenopsis, met de soorten, amabilis, aphrodite, philippinensis, sanderiana, schilleriana en stuartiana
Stauroglottis, met de soorten, celebensis, equestris en lindenii
Aphyllae, met de soorten, finleyi, honghenensis, natmataungensis, strobatiana, taenialis, wilsonii en zhejiangensis
Proboscidioides, met de soort lowii
Parishianae met de sectie groepen Parishianae, Deliciosae en Esmeralda
- sectie Parishianae, met de soorten, appendiculata, gibbosa, lobbii, malipoensis, mysorensis, parishii en thailandica
- sectie Deliciosae, met de soorten chibae, deliciosa en mirabilis
- sectie Esmeralda, met de soorten ubonensis, pulcherrima en buyssoniana
Polychilos, met de soorten, cornu-cervi, lamelligera, luteola, mannii, pantherina en thalebanii
Fuscatae, met de soorten, cochlearis, fuscata, kunstlerii en viridis
Amboinensis met de soorten, amboinenis, doweryënsis, floresensis, gigantea, javanica, kapuasensis, mentawaiensis, micholitzii, rundumensis, robinsonii en venosa
Zebrinae met de sectie groepen Zebrinae, Lueddemannianae, Hirsutae en Glabrae
- sectie Zebrinae, met de soorten, bastianii, corningiana, inscriptiosinensis, speciosa, sumatrana en tetraspis
- sectie Lueddemannianae, met de soorten bellina, fasciata, fimbriata, hieroglyphica, lueddemanniana, pulchra, reichenbachiana en violacea
- sectie Hirsutae, met de soorten mariae en pallens
- sectie Glabrae, met de soorten maculata en modesta
Hygrochilis, met de soorten hygrophila, japonica, marriottiana, tsii en subparishii
Ornithochilus, met de soorten cacharensis, difformis en vngjiangensis

Een groot aantal van de genoemde soorten zijn vrij algemeen in cultuur, maar een even groot deel ziet men weinig of nooit in cultuur. Over het algemeen is een Phalaenopsis eenvoudig in cultuur, doch bij deze natuursoorten zitten ook een aantal soorten die behoorlijke handvaten hebben om tot een redelijk tot goed resultaat te komen.
Zo is bekend dat met name de bladverliezende soorten zoals die zijn geplaatst in de subgroepen Aphyllae, Proboscidioides en Parishianae met name in de winter grote zorgenkinderen zijn.
Maar ook de nagenoeg niet in cultuur zijnde Phalaenopsis maculata en een lastpost.

Maar laten we beginnen met de Phalaenopsis die voor een ieder en uiteraard zelfs op de vensterbank te kweken is.
Er zijn weinig soorten waar de laatste jaren zoveel mee gekruist is als met Phalaenopsis. In de zeventigerjaren, waren het vooral de Amerikanen en Duitser, die zeer mooie grootbloemige typen hebben geproduceerd, met name voor de snijbloemcultuur, daarna is men met name in Duitsland begonnen en nadien ook in Amerika, Japan en Nederland met het maken van zogenaamde potplant hybriden.
Over het algemeen werden witte, roze en z.g. lueddemanniana hybriden gemaakt. Men is hier op verder gaan borduren en met name in Taiwan heeft men hierbij nog een aantal andere natuursoorten gebruikt om meer variatie te krijgen in de hybriden, zoals equestris, mariae, amboinenis, violacea en sumatrana. Hierdoor is het mogelijk om klein rijk bloeiende hybriden te maken en hybriden met harde kleuren. Zoals dat sinds eind negentiger jaren op grote schaal in Taiwan gebeurd. Nu gaat men in Europa, met name Duitse en Nederlandse kwekers op verder borduren, om in de toekomst meer kleur aan de brengen in het assortiment planten.
De vraag is echter of we daar met zijn allen op zitten te wachten, enkele van deze types tussen de normale verscheidenheid is leuk maar een vensterbak of kas vol met deze fel gekleurde plasticachtige bloemen gaat wel erg ver.
In elk geval is het zo dat al deze soorten zich ook door een onervaren planten liefhebber laten kweken, ook zonder groene vingers komt men tot een succes. Over het algemeen is de teelt als volgt.

Zorg voor een dag temperatuur van minimaal 20C en een nacht temperatuur van minimaal 16C, de plant heeft graag licht maar kan niet tegen zonneschijn dus is het raadzaam de plant nooit op een zuiden venster te plaatsen. Afhankelijk van het snelle opdrogen van het potmedium, is het raadzaam de plant 1 a 2 maal per week water te geven, zorg er voor dat de plant niet altijd vochtig staat en laat dus gerust het medium opdrogen totdat het nog licht vochtig is. Geef daarna weer water De voorkeur verdient om regenwater te geven en de planten indien zij in de groei zijn te mesten met een meststof bijv. 18-18-18 of iets dergelijks en dan 1 gr of 1 cc per liter water. Doe dit 1 keer per 14 dagen, of geef permanent een halve dosering.

klik op de foto om uit te vergroten
klik op de plantnaam onder de foto voor de beschrijving
















 


Bijeenkomsten:
Sociaal Cultureel Centrum “Parkzicht”,
Dierdonkpark 6,
Helmond
Sponsoren :